Duurzame businessmodellen.nl
Deel 1 van het leerpad > Leerstap 4: Een stap verder in het denken

Leerstap 4 – Een stap verder in het denken

Hoofdstuk 3

In leerstap 3 zijn de soorten vraagstukken en de bijbehorende manieren van denken behandeld. Hierbij zijn we uitgegaan van drie systemen van denken:

  • Systeem 2-denken: een rationele manier van denken, om vanuit logica van A naar B te komen.
  • Systeem 1-denken: een associatieve manier van denken, waarin de emotie en de beleving van de huidige situatie een belangrijke rol spelen.
  • Quantumdenken: een combinatie van systeem 1- en systeem 2-denken, waarin het draait om de betekenis die een vraagstuk heeft met betrekking tot een hoger doel.

 

In hoofdstuk 3 van het boek kun je lezen wat de gevolgen van de drie denksystemen voor organisaties en hun manier van werken zijn.

 

Rationeel denken

Zo heerst in het voorbeeld van de retail het rationeel denken. Vanuit die rationele gedachte lijken superieur internet en een gebrek aan onderscheidend vermogen te zorgen voor het einde van de fysieke winkel. De leegstand in de winkelstraten en de vele faillissementen lijken dit beeld te bevestigen.

 

Associatief denken

In het voorbeeld van de energietransitie is er sprake van experimenten vanuit associatief denken. Men werkt met meerdere scenario’s, zonder dat direct de vraag gesteld wordt wat de uiteindelijke uitkomst moet zijn.

 

Quantumdenken

Een stap verder in het denken wil zeggen dat zowel de retail als de energietransitie benaderd worden vanuit het derde denksysteem, dat van het quantumdenken. Dan blijken er ineens onvermoede mogelijkheden te liggen. In de retail gaat het dan bijvoorbeeld om een nieuwe rol van de fysieke winkel in de (merk)beleving, zoals te zien is in de video van kledingwinkel de Jongens in Hoogeveen. Bij de energietransitie kan het gaan om het verbinden van lokale initiatieven met de marktpositie van grote partijen, zoals in deze video, waarin een gemeente met een lokale coöperatie samenwerkt.

In leerstap 5 wordt gekeken of deze nieuwe manier van denken is te verbinden met een nieuw businessmodel.

Studiewijzer

 

Doe eerst de begrippentrainer over hoofdstuk 3 op de website, bestudeer daarna hoofdstuk 3 uit het boek en doe vervolgens weer de begrippentrainer.

Opdracht

Opdracht 4.1

In je opleiding krijg je veel te maken met systeem 2-denken. Dat is prima, want deze rationele manier van denken zorgt ervoor dat je niet te snel in allerlei problemen terechtkomt. Eerst denken en dan doen!

Maar systeem 1-denken past eigenlijk veel beter bij ons brein. In het brein worden steeds allerlei verbanden gelegd. Dit is een natuurlijk proces, dat soms is te ervaren als je in een lichte slaap gaat dromen. Je droomgedachten gaan dan op de meest onlogische wijze van het éne onderwerp naar het andere. Soms kun je dat herleiden naar zaken die je meegemaakt hebt, maar soms ook niet.

Systeem 1-denken is een vorm van associatief denken.

Dit denken gaat spontaan, maar je kunt jezelf oefenen in het:

  • verhogen van je denksnelheid
  • kantelen
  • terugkoppelen
  • verbinden

 

Ad 1. Snelheid

Kijk hier om te weten te komen wat een associatieketting is. Als je dat weet, neem je een leeg vel en maak je een associatieketting beginnend met ‘paddenstoel’.

Doe dit 1 minuut lang en tel daarna het aantal associaties.

Doe het nog eens, maar nu begin je met het woord ‘eigentijds’ en probeer je het aantal associaties met 50% te vermeerderen t.o.v. de paddenstoel-associatieketting.

 

Ad 2. Kantelen

Kantelen is een manier van associëren waarbij je van de ene naar de andere context overstapt. Probeer maar eens van circus naar vlinder te associëren door hier vijf andere woorden tussen te plaatsen.  Het middelste woord gebruik je om van het ene woord naar het andere ’te kantelen’, dit woord heeft dus een verbinding met zowel het eerste als het laatste woord.

Begin met circus en probeer in niet meer dan 15 associaties vijf keer te kantelen (= van context te veranderen).

 

Ad 3. Terugkoppelen

De ene associatie is dominanter dan de ander. Daarom is het belangrijk dat je probeert niet in een vast stramien te denken. Dit doe je door middel van kantelen (=disociëren) en resociëren. Met kantelen heb je hierboven al geoefend. Kantelen is het ontsnappen aan het bekende spoor. Zo kom je in een nieuwe context met niet het standaardpatroon. Zie de afbeelding hieronder.

 

 

Bron: Creativiteit Hoe?Zo!

 

Terugkoppelen (resociëren) is vanuit een andere context terugkoppelen naar het bekende spoor om zo een nieuwe verbinding te maken. Zie de afbeelding hieronder.

 

 

Bron: Creativiteit Hoe?Zo!

 

Maak een associatieketting, beginnend met het woord ‘België’ en eindig uiteindelijk met ‘zwarte kraai’.

Maak nu nog vijf andere associaties, die je tussen België en de zwarte kraai plaatst. Met andere woorden: je gaat kantelen en daarna terugkoppelen naar zwarte kraai.

 

Ad 4. Verbinden

Bij verbinden kijk je naar verbindende associaties: wat hebben bijvoorbeeld een bruid en een ei met elkaar gemeen?

  • soms zijn ze in het wit, maar lang niet altijd
  • breekbaar
  • je vindt ze op plaatsen waar je het niet verwacht

Zoek binnen één minuut zoveel mogelijk verbindingen tussen een madeliefje en de Johan Cruijff Arena.

Tip: deze website werkt wel op systemen met een smal scherm zoals een smartphone, maar je kunt hem beter gebruiken op een computer of tablet.

Hint: this website does work on a smartphone screen, but we recommend that you use a computer or tablet.