Duurzame businessmodellen.nl
Deel 2 van het leerpad > Leerstap 14: De impact van het businessmodel

Leerstap 14: De impact van het businessmodel

Je bent inmiddels aangekomen onderin het duurzaam businessmodel, bij de resultaten en de impact. Hierbij is het van belang dat je begrijpt hoe een organisatie vanuit haar strategie tot de resultaten en impact komt (zie figuur 9.2). Daarnaast is het van belang dat je een duidelijk onderscheid maakt tussen de output (= het meten van de resultaten) en de impact (= het effect dat de resultaten hebben op de drie dimensies People, Planet en Profit).

Studiewijzer

Bestudeer hiervoor paragraaf 9.1-9.3 uit het boek Duurzame businessmodellen.

Om inzicht te krijgen in de resultaten die de organisatie heeft behaald en welke impact deze resultaten hebben, zul je het hele proces van het duurzaam businessmodel moeten monitoren.

In figuur 9.4 zie je dat hier het hele duurzame businessmodel langsgegaan wordt.

In de onderstaande opdracht ga je langs dit monitoringsproces voor de door jou gekozen organisatie. Dat betekent dat je aan de hand van paragraaf 9.4 de gehele door jou uitgewerkte opdracht nog eens bestudeert.

Opdracht

Opdracht 14.1

Bestudeer paragraaf 9.4.1. Als je terugkijkt naar je uitwerking van de context in leerstap 10 en 11, heb je dan de juiste omgevingsfactoren gebruikt, zowel wat betreft de autonome ontwikkelingen en trends, het regime en het netwerk, en de praktijk en uitvoering? Is er binnen het netwerk voldoende aandacht voor de stakeholders? Wat zijn de belangrijkste stakeholders en welke belangen hebben zij bij de activiteiten van de organisatie?

Studiewijzer

Bij het monitoren van de strategie kijk je of de organisatie vanuit haar identiteit de juiste keuzes maakt ten aanzien van de impactdoelgroep, de activiteiten, de output en de impact.

Bestudeer hiervoor eerst paragrafen 9.4.2-9.4.4.

In figuur 9.5 zie hoe dit monitoren in zijn werk gaat. Onder in de impactkaart plaats je de belangrijkste stakeholders van de organisatie. Dit kunnen klanten uit de doelgroep zijn (zie de vraagzijde van het businessmodel), maar ook andere belanghebbenden. In figuur 9.5 zijn dit de unithoofden en de toeleveranciers van medische apparatuur.

Vervolgens zie je dat de inkoopactiviteiten en cocreatie voornamelijk gericht zijn op de leveranciers. Beide activiteiten horen bij de kerncompetentie Samenwerken in het netwerk. De activiteiten die gericht zijn op de unithoofden hebben te maken met de kerncompetenties Beleving van de fysieke omgeving en Authentiek personeel. In figuur 9.5 zijn dus drie kerncompetenties ingezet om de beide groepen stakeholders te bedienen. Dit figuur vormt maar een deel van een impactkaart. Meestal zijn er nog meer stakeholders die de inzet van de kerncompetenties ‘Duurzaam product of proces’ en ‘Verbreding door communicatie’ nodig zullen hebben, zoals bijvoorbeeld voor patiënten.

Opdrachten

Opdracht 14.2

Maak voor de gekozen organisatie een volledige impactkaart. In leerstap 13 heb je de inzet van de kerncompetenties en de daaruit voortkomende activiteiten al beschreven. Nu bekijk je op welke stakeholders deze activiteiten gericht zijn. Kies vier belangrijke stakeholders en zet deze onder in je impactkaart. Geef dan per stakeholder aan welke van de in leerstap 13 benoemde kerncompetenties en activiteiten op deze groep gericht zijn. Met vier groepen stakeholders zul je alle kerncompetenties nodig hebben en waarschijnlijk zul je bepaalde kerncompetenties voor meerdere stakeholders gebruiken.

Geef nu voor alle stakeholders afzonderlijk weer aan welke resultaten zij belang hechten. Denk je dat de door jou benoemde activiteiten zullen bijdragen aan het behalen van deze resultaten? Als dat niet zo is, moet je waarschijnlijk de inzet van activiteiten nog wat wijzigen, zodat de kans toeneemt dat de resultaten wel gehaald worden. Dat doet een organisatie immers ook indien zij tot de conclusie komt dat de activiteiten niet tot het gewenste resultaat zullen leiden.

 

Opdracht 14.3

Bestudeer nu eerst paragraaf 9.4.5. Hieruit blijkt dat het meten van impact méér is dan het simpel doorvertalen van de output richting de drie P’s. De opdracht is om de impactmeting voor de gekozen organisatie voor te bereiden. Hiervoor stel je een meetplan op. Daarvoor bepaal je allereerst aan welke van de drie P’s de resultaten uit opdracht 14.2 een bijdrage zullen leveren. Dat zet je bovenin de impactkaart. Vervolgens geef je, met onderbouwing, aan welke van deze P’s voor de organisatie van groot belang is. Voor deze P stel je dan het meetplan op. Hiervoor kun je figuur 9.7 gebruiken.

Studiewijzer

Om hoofdstuk 9 af te ronden moet je de begrippentrainer van hoofdstuk 9 doorlopen.

Je hebt nu het gehele duurzame businessmodel doorgewerkt. Als dat goed gelukt is, ben je niet alleen in staat om voor een organisatie een businessmodel te maken, maar ook om dit businessmodel te verbinden met duurzaamheid. Bovendien geeft het businessmodel je het gereedschap om vraagstukken op te lossen die zo nieuw zijn dat ze met de bestaande modellen en methoden niet zijn op te lossen.

Tip: deze website werkt wel op systemen met een smal scherm zoals een smartphone, maar je kunt hem beter gebruiken op een computer of tablet.

Hint: this website does work on a smartphone screen, but we recommend that you use a computer or tablet.